Een nieuwe Cao Huisartsen in Loondienst is ver weg. Op 16 december sprak de LAD met de LHV en InEen over een ‘tussen-cao’, aangezien de nieuw berekende tarieven voor de huisartsenzorg pas medio 2026 bekend zijn. Helaas wilden de werkgevers niet verdergaan dan een loonsverhoging van 3% per 1 februari 2026. “Volstrekt onvoldoende, aangezien ze daarmee niet de hele loonruimte benutten en ook niet tegemoetkomen aan onze andere voorstellen. We vinden het ronduit teleurstellend dat werkgevers zo weinig oog hebben voor de wensen van huisartsen”, aldus LAD-onderhandelaar Simone Beer-Evers.
Al bij de start van de onderhandelingen gaven de LHV en InEen aan beperkte financiële ruimte te hebben voor structurele verbeteringen in de cao. Ze gaven aan alleen meer financiële ruimte te zien wanneer de tarieven zouden worden herberekend door een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBp). Daardoor raakten de cao-onderhandelingen in een impasse en werd Cees de Wildt ingevlogen om zowel met de LAD als met de LHV/InEen een aantal opties te verkennen. De Wildt werd ook bij het vorige cao-traject betrokken als technisch voorzitter.
Terwijl beide partijen met De Wildt overlegden, kwam eind november intussen de uitspraak van het CBp: het college stelt dat de door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vastgestelde tarieven voor 2023, 2024 en 2025 niet voldoen. De NZa moet de tarieven opnieuw berekenen – uiterlijk binnen een halfjaar.
Opnieuw om de tafel
Op 16 december kwamen de LHV/InEen en de LAD voor het eerst weer formeel samen aan tafel. Nu bekend is dat de nieuwe tarieven medio 2026 worden verwacht, is de optie van een tussen-cao verkend. De LAD snapt dat er medio 2026 mogelijk meer financiële ruimte is, maar vindt dat huisartsen in de tussentijd niet kunnen stilstaan in hun arbeidsvoorwaarden. Beer-Evers: “Daarom hebben we gesproken over een tussen-cao. Onze wens was een kortlopende cao van negen maanden, met daarin een salarisverhoging van 2% per oktober 2025 en 4% in april 2026. Daarnaast hebben we gevraagd praktijkhouders dienstverband (PD’ers) nu alvast tegemoet te komen in hun taken en verantwoordelijkheden, door het toevoegen van een trede in de salarisschaal voor de PD. Verder hebben we gevraagd om concrete afspraken over het overwerk voor de HD’s en het niet verder verhogen van de werkdruk.”
Helaas was dit voorstel voor werkgevers onbespreekbaar: ze kwamen niet verder dan een loonsverhoging van 3% per 1 februari 2026 en een verhoging van de eindejaarsuitkering met 1%. “Dat voorstel hebben we afgewezen”, zegt Evers-Beer. “We willen best wachten op de nieuwe tarieven, maar dan moet er wel een goede tussen-cao komen met concrete afspraken die perspectief bieden. De druk op de huisartsenzorg is enorm en het is in onze ogen van groot belang om huisartsen in loondienst gemotiveerd en bevlogen aan het werk te houden.”
Niet volledige loonruimte
De werkgevers benutten de loonruimte volgens de LAD nu niet volledig. Ze beroepen zich op de OVA, de overheidsbijdrage voor arbeidsvoorwaardenontwikkeling. In 2025 was deze 5,18%, terwijl de loonsverhoging in de huidige cao slechts 3,5% per 1 april 2025 bedroeg. De OVA in 2026 staat voorlopig geraamd op 4,24% en het enige dat LHV en InEen nu bieden, is een salarisverhoging van 3% per 1 februari 2026. “Los daarvan vinden wij dat het nu noodzakelijk is dat er iets gebeurt in de arbeidsvoorwaardenontwikkeling”, stelt Beer-Evers. “De kosten die worden gemaakt voor waarnemers liggen veel hoger. Wij willen dat dienstverband een volwaardig alternatief is, ook arbeidsvoorwaardelijk.”
De LAD wil aan het begin van het nieuwe jaar ledenbijeenkomsten organiseren, om te kijken hoe we samen met onze leden de druk kunnen opvoeren. LAD-leden horen hierover meer in het nieuwe jaar.
