Ga jij binnenkort beginnen met de opleiding tot bedrijfsarts en staat er in jouw contract een studiekostenbeding? Teken dan niet zomaar, want zo’n beding is naar alle waarschijnlijk niet rechtsgeldig. Als je lid bent (of wordt!) van de LAD, kun je advies inwinnen bij onze juristen.
Veel bedrijfsartsen in opleiding tekenen bij indiensttreding een contract met daarin een studiekostenbeding. Dat beding houdt in dat je (een deel van) de opleidingskosten moet terugbetalen als je eerder vertrekt dan afgesproken. Al jaren vindt de LAD dat zo’n beding niet rechtsgeldig is voor bedrijfsartsen in opleiding. Rechtbanken dachten daar de afgelopen jaren verschillend over. Eerder oordeelden lagere rechtbanken dat een studiekostenbeding voor bedrijfsartsen in opleiding wel rechtsgeldig was. Maar nu lijkt de wind te draaien.
Wat zegt de wet?
De wet verplicht werkgevers om opleidingen die noodzakelijk zijn voor de functie kosteloos aan te bieden. Een beding waarmee de werknemer die kosten toch moet terugbetalen, is nietig. Dat geldt ook voor beroepsopleidingen, mits de werkgever verplicht is die opleiding aan te bieden.
Uitspraak van de Hoge Raad
In september 2025 deed de Hoge Raad uitspraak in een zaak over een advocaat-stagiaire. Haar werkgever wilde de kosten van de verplichte beroepsopleiding terugvorderen nadat ze was ontslagen. Daar was zij het niet mee eens. Zij vond dat het terugbetalingsbeding in strijd was met de wet, omdat de opleiding verplicht en noodzakelijk was voor haar functie-uitoefening. De Hoge Raad gaf haar gelijk: het studiekostenbeding was ongeldig.
De redenering van de Hoge Raad is helder. Als een opleiding noodzakelijk is om je werk te kunnen doen, dan moet je werkgever die opleiding kosteloos aanbieden. Een afspraak waarbij je die kosten toch moet terugbetalen, is daarom niet rechtsgeldig. Daarbij telde mee dat de advocaat-stagiaire haar beroepsopleiding advocatuur volgde terwijl zij al wérkte. De opleiding liep dus tegelijk met het werk en niet ervóór. Daarom oordeelde de Hoge Raad dat de beroepsopleiding noodzakelijk is om het werk als advocaat-stagiaire te kunnen vervullen.
Wat betekent deze uitspraak voor jou als bedrijfsarts in opleiding?
De parallel met de opleiding tot bedrijfsarts is groot, zegt Fatima Madani, arbeidsjurist bij de LAD. “De titel ‘bedrijfsarts’ is wettelijk beschermd: alleen artsen die de erkende specialisatie bedrijfsgeneeskunde hebben afgerond en geregistreerd staan, mogen die titel voeren en het vak zelfstandig uitoefenen. Net als de advocaat-stagiaire ben jij tijdens je opleiding al actief als bedrijfsarts in opleiding: je werkt en leert tegelijkertijd, en je opleiding is onmisbaar om de functie te mogen vervullen.”
De LAD is daarom van mening dat de redenering van de Hoge Raad over advocaten ook opgaat voor bedrijfsartsen in opleiding: de opleiding is noodzakelijk voor de functie, dus moet de werkgever die kosteloos aanbieden. “Natuurlijk begrijpen we dat een opleiding geld kost en dat het vervelend voor een organisatie is als een bedrijfsarts na de opleiding vertrekt, maar een studiekostenbeding is in onze ogen niet de juiste weg. Wellicht is de uitspraak van de Hoge Raad een aanleiding om te kijken naar een centrale en gedeelde financiering van de opleiding tot bedrijfsarts. Het is belangrijk dat er voldoende bedrijfsartsen worden opgeleid”, aldus Madani.
Wat betekent dit voor jou in de praktijk?
Staat er in jouw contract een studiekostenbeding? Laat het dan controleren door de juristen van de LAD voordat je tekent. Zij kunnen je daarbij helpen. Als lid van de LAD kun je per jaar voor 20 uur gebruikmaken van juridische ondersteuning. Neem contact op via bureau@lad.nl.





