Het kabinet heeft besloten het advies van het Capaciteitsorgaan over het aantal opleidingsplaatsen voor artsen in 2027 grotendeels over te nemen. De LAD is blij met dit besluit, want voldoende opleidingsplaatsen zijn noodzakelijk om de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg te kunnen waarborgen. Wel heeft ze over een aantal specialismen zorgen en doet ze een dringende oproep om over het aantal op te leiden basisartsen snel een besluit te nemen.
Het Capaciteitsorgaan adviseerde eind vorig jaar om in de jaren 2027-2030 minder artsen op te leiden, maar pleitte binnen het totaal juist wel voor méér opleidingsplekken voor ziekenhuisspecialismen (1.320 tegenover 1.221 in 2026). Het was onzeker of VWS dat advies zou opvolgen, maar minister Sterk (Langdurige zorg, Jeugd en Sport) maakte eind mei bekend dat ze het advies van het Capaciteitsorgaan grotendeels overneemt. De LAD is daar blij mee. “Zeker in ziekenhuizen maken artsen lange werkweken. We merken dat een toenemende groep artsen moeite heeft om gezond de eindstreep te halen. We voeren met werkgevers het gesprek over normalisering van de werkweek. Dit is alleen mogelijk als er voldoende nieuwe artsen worden opgeleid om de vrijvallende uren over te nemen”, aldus LAD-voorzitter Suzanne Booij.
Dringende oproep
Voor medisch specialisten, specialisten ouderengeneeskunde, huisartsen en artsen verstandelijk gehandicapten wordt het advies van het Capaciteitsorgaan integraal overgenomen. Voor de artsen jeugdgezondheidszorg is er weliswaar een lichte ophoging (van 71 naar 80), maar veel minder dan het Capaciteitsorgaan had geadviseerd (108).
Verder is het besluit over het aantal plaatsen voor de initiële opleiding geneeskunde (opleiding tot basisarts) uitgesteld. De LAD doet een dringende oproep aan de minister ook hierin het advies van het Capaciteitsorgaan te volgen. “Alleen op die manier kan voldoende instroom van jonge artsen worden gegarandeerd om de toenemende zorgvraag het hoofd te bieden”, aldus Booij.
Zorgen over ongevulde opleidingsplekken ouderengeneeskunde
Hoewel het advies voor het aantal opleidingsplekken voor specialist ouderengeneeskunde volledig is overgenomen, heeft de LAD hierover wel zorgen. Het aantal plekken is vergeleken met vorig jaar fors naar beneden bijgesteld (van 305 naar 245), omdat het onvoldoende lukt om de opleidingsplekken gevuld te krijgen. Er zijn dus eigenlijk wel meer artsen nodig, maar er zijn nog onvoldoende jonge basisartsen die deze richting kiezen. De LAD begrijpt dat het weinig zin heeft opleidingsplaatsen te reserveren als deze niet worden ingevuld. Wel roept de LAD op om in de initiële opleiding geneeskunde én vanuit de overheid meer aandacht te besteden aan het specialisme ouderengeneeskunde en andere artsenberoepen buiten het ziekenhuis, om zo in de toekomst de instroom op peil te kunnen brengen.
Bezuiniging
De LAD maakt zich tot slot zorgen over de ingeboekte bezuiniging van 110 miljoen euro op de medisch-specialistische vervolgopleidingen. In 2027 wordt bekend hoe dit verder wordt ingevuld. De LAD vindt dat die bezuiniging in elk geval niet ten koste mag gaan van het aantal opleidingsplaatsen of de kwaliteit van de opleiding.





