Een ruime meerderheid van de aios heeft ingestemd met het hernieuwde akkoord voor de Cao SBOH. Dat betekent dat de nieuwe cao definitief is. In het akkoord spraken de LAD en SBOH af dat het salarisverschil tussen aios huisartsgeneeskunde en andere aios-groepen structureel voor 50 procent wordt overbrugd. En dit jaar met 60 procent.
In januari dit jaar bereikten de LAD en SBOH een eerste resultaat voor een nieuwe Cao SBOH. Een meerderheid van de aios stemde daar niet mee in. Er was met name onvrede over de salarisverschillen tussen de aios-groepen. Veel aios vinden het niet uit te leggen dat aios huisartsgeneeskunde minder verdienen dan andere extramurale aios. Op basis van deze uitslag is de LAD opnieuw in gesprek gegaan met de SBOH. In maart bereikten ze een aangepast akkoord. Daarin zijn de salarisverschillen nog niet voor 100 procent gelijk getrokken, maar is wel een belangrijke stap gezet op weg daarnaartoe. Het salarisverschil tussen aios huisartsgeneeskunde en andere aios (ouderengeneeskunde, Maatschappij + Gezondheid, verslavingsgeneeskunde, forensische geneeskunde en geneeskunde voor verstandelijk gehandicapten) wordt vanaf nu voor 50 procent structureel overbrugd. In 2025 komt daar 10 procent bovenop in de vorm van een eenmalige uitkering. Die bedraagt 15 euro bruto per maand (op fulltime basis).
Salarisgarantieregeling
Om deze afspraken mogelijk te maken, heeft de LAD ermee ingestemd dat de kolfregeling wordt teruggebracht naar het wettelijk van minimum van 9 maanden. De oude kolfregeling bepaalde dat aios gedurende twee jaar maximaal 25 procent van hun werktijd mogen gebruiken om te kolven of borstvoeding te geven. Daarnaast gaat het aantal ervaringsmaanden voor aios M+G en aios forensische geneeskunde om in aanmerking te komen voor de salarisgarantieregeling conform het resultaat uit januari omlaag van 24 naar 9 maanden. Vanaf 2026 wordt dit 12 maanden, zodat de SBOH de regeling betaalbaar kan houden.
Het verschil volledig dichten in de toekomst
Veel aios huisartsgeneeskunde zijn blij met het verkleinen van het salarisverschil. Al hebben ze wel duidelijk aangegeven dat het gat in de toekomst zo snel mogelijk volledig moet worden gedicht. “Tijdens de onderhandelingen hebben we ook steeds benadrukt dat dit onze uitdrukkelijke wens is”, zegt LAD-onderhandelaar Simone Beer. “We hebben de signalen die aios in de ledenraadpleging hebben geuit, nogmaals doorgegeven aan de SBOH.”
Kolfregeling
In de ledenraadpleging gaf een aantal aios wel aan dat ze de aanpassing van de kolfregeling ‘een stap terug’ vinden. “We hebben die signalen eveneens geadresseerd”, zegt Beer. De SBOH heeft aangegeven dat de kwaliteit van de opleiding in het gedrang kan komen als het recht tot kolven/geven van borstvoeding volledig wordt benut. Op het moment dat een aios hiervoor 25 procent van haar opleidingstijd mag gebruiken, is er immers maar anderhalf jaar in plaats van twee jaar tijd om de aios te beoordelen. Uiteraard is het straks nog steeds mogelijk om langer dan negen maanden te kolven. De SBOH gaat ervan uit dat aios en opleiders onderling goed afspreken hoe ze dit vormgeven. Bijvoorbeeld door de tijd op een ander moment te compenseren.
Volgens de SBOH biedt de wettelijke regeling voldoende mogelijkheden, maar ze kan zich voorstellen dat de regeling onverwacht komt. Daarom hebben de LAD en de SBOH afgesproken op korte termijn samen met de aios-verenigingen in gesprek te gaan over een goede overgang naar de nieuwe kolfregeling. “We willen kijken hoe we kunnen zorgen voor een overgang die rechtdoet aan aios. En die er tegelijkertijd voor zorgt dat de kwaliteit en continuïteit van de opleiding niet in gevaar komen”, aldus Beer.





